Zee, schepen, schoonmakers en gymnastiek Een vroege ochtend aan het strand in Xiamen

De zee en de mensen

strand in Xiamen
Om 7.00 uur is de nog zee heiig. Er staat weinig wind en het is ook niet koud. Ik begrijp inmiddels beter hoe het komt dat paden, grasvelden en wegen er zo smetteloos uitzien. In de vroege morgen is een grote ploeg vegers en veegster druk bezig het brede pad (gemaakt van plastic planken) en het zand er naast vrij te maken van bladeren, sigarettenpeuken en papiertjes. Ze werken in stilte, zonder radio. Aangenaam.

Op het pad, dat direct naast de opstaande rotsen ligt die het land beschermen tegen de zee, zijn mensen bezig met gymnastiek. Ook zijn er hardlopers. Ik zie een oude vrouw systematisch haar lichaam bekloppen, daarna loopt ze een heel eind achteruit. Dat doen meer mensen.
Voor de hoogbouwflats, waar mijn appartement deel van uitmaakt, zijn semi-koloniale huizen gebouwd langs het strand.
huizen
De zee bij Xiamen is beroemd om zijn diepte. Grote zeeschepen kunnen hier zonder problemen binnenvaren. Ik zie er veel voor anker liggen. Er varen ook kleine scheepjes, waarschijnlijk garnalenvissers of van de lokale vissen, die ik in de etalages van eethuizen zie zwemmen, wachtend op hun beurt om gegeten te worden.

Vormen en sporen in het zand

Ik zie voor het eerst eb, waardoor het strand een stuk breder wordt en de grote rotsen nog zwarter afsteken. Het is heerlijk om door het zand naar het water te lopen. Het terugtrekkende water trekt sleuven en geulen door het zand.
Dat zijn de vormen waar ik erg blij van word. Net als van de bladeren en de bamboetwijgen die ik aan de muur van mijn woon/werkkamer heb gehangen.
Mijn kalligrafie-oefeningen zijn deels ook pogingen om vorm te geven aan dat wat mij boeit en raakt in de natuur.

De glimlach

Ik voel me eigenlijk nog niet zo thuis en op mijn gemak dat ik mijn eigen gym durf te gaan doen, maar zet me uiteindelijk toch over deze valse schaamte heen. Er komt een ouder echtpaar langs, waarvan de vrouw vriendelijk naar mij glimlacht. Hij kijkt met zijn verrekijker naar iets in de verte. Naar wat, daar heb ik geen idee van. Zij kijkt nu ook.
Ik zou het heel leuk gevonden hebben om even met hun te kunnen praten. Contact met Chinezen heb ik eigenlijk niet en dat voelt soms wat ongemakkelijk. Mijn communicatie beperkt zich tot nu toe tot mijn gemompelde zao shang hao (goedemorgen) of sje sje (dank u wel), met bijbehorende toonhoogte en uitspraak en een glimlach. Ik voel me soms net een klein kind dat heel trots is dat het al ‘good morning’ kan zeggen.

Wordt vervolgd