Xiamen, de oude stad Mijn zoektocht naar leermeesters en cultuurverschillen

Xiamen, de oude stad

Xiamen, de oude stad
Afgelopen dinsdag had ik een afspraak met May, de Chinese directeur van het CEAC. Wij ontmoeten elkaar bij het busstation bij een van de veerboten in Xiamen en lopen een oud gedeelte van de stad in. Bij heftige vloed loopt dit deel van de stad nogal eens onder. Voor de vele winkeltjes die hier zijn, een kleine ramp.
De stad is gebouwd op en in de bergen, er zijn daardoor heel veel hoogteverschillen. De oude stad bestaat uit een onvoorstelbare hoeveelheid krioelende, smalle straatjes. In die paraplubrede straatjes zijn dan vaak ook nog uitstallingen van etenswaren te vinden.
Er zijn heel heel veel donkere, kleine ruimtes waar mensen wonen en handel drijven. Hoewel de huizen er vaak onordelijk uitzien, ziet iedereen er heel schoon en verzorgd uit.
May wijst mij nog op een interessant architectonisch detail. Alle huizenblokken zijn gebouwd in een driehoeksvorm. Het stratenpatroon volgt die driehoeksvorm. De huizen zijn gebouwd begin 1900 en laten vaak sporen van westerse invloeden zien. Wat de achtergrond daarvan is, weet ik niet.

Mijn zoektocht naar leermeesters in Xiamen

Een van mijn wensen is om te leren hoe een traditionele lampion wordt gemaakt. Ik wil vooral graag meer weten over de bamboesoort, het riet of de rotan die gebruikt worden, en hoe dit gebogen en aan elkaar gebonden wordt. Verder wil ik ook graag leren hoe het papier er daarna glad en rimpelloos overheen wordt geplakt.
Jaren geleden heb ik het voormalige atelier bezocht van de Japans-Amerikaanse beeldhouwer Nigamo Noguchi. Dat atelier is overigens inmiddels een museum geworden. Naast prachtige stenen beelden zag ik daar ook lampionachtige vormen, gemaakt met oude technieken. Het waren driedimensionale vormen in de ruimte geworden.
Ik wil graag zo’n lampionachtige vorm gebruiken om de beweging van de kalligrafie te ‘vertalen in vorm en deze ruimtelijk vorm te geven.
Tegenwoordig worden veel lampionnen gemaakt van ijzerdraad en stof, maar niemand kan me tot nu toe vertellen waar en hoe dit gemaakt wordt. Dat wil ik toch proberen te achterhalen.

Het geheim van de smid

Met de bus zijn May en ik vervolgens naar een bamboewerkplaats gegaan. Ook daar krijg ik geen antwoord op mijn vragen. Het blijkt meer een bouwbedrijf te zijn, die ook grote ladders maakte van bamboe. Als ik met een kant en klaar ontwerp aan zou komen, zijn ze wel bereid om te kijken wat ze voor me kunnen doen, maar verder houdt het op.
De lijstenmaker die May later aanschreef met de vraag hoe papier op zijde verlijmd wordt, antwoordde dat dit een vakgeheim is. Daar valt dus ook niet veel van te leren.
Straks zal ik mijn kalligrafiejuf nog vragen of zij misschien iets weet van dit soort dingen. Misschien heeft zij het geleerd op de academie of kan zij mij in contact brengen met mensen die hier meer van weten.
Zo op het oog, ziet het eruit alsof het met meel wordt verlijmd. Zelf heb ik dat ooit ook gedaan met babymeel dat ik langzaam opgekookt had.

Vervolg van mijn zoektocht in Xiamen

Een gesprek met een Nederlandse beeldhouwer, die hier deels woont, was erg prettig en ook verhelderend. Hij adviseerde mij onder andere om met mijn papiersneden naar een metaalwerkplaats te gaan. Zij kunnen alles maken, verzekerde hij mij.
Ik heb al antwoord gekregen van een man, die alles van techniek en de bedrijven in Xiamen weet. Ik kan hem morgen opbellen om een afspraak te maken om samen naar zo’n metaalwerkplaats te gaan, zodat ik een indruk kan krijgen wat ze doen en wat ze kunnen. Ik moet dan wel een ontwerp meenemen.
Datzelfde geldt voor een bezoek dat ik – na mijn reis naar Hongkong (visum) – zal brengen aan een stadje, waar uitsluitend met porseleinklei wordt gewerkt. Daar ga ik naar toe met een Engelssprekende student uit Xiamen om een art workshop en een fabriek te bezoeken.
De aanpak hier verschilt nogal van wat ik het gewend ben. Ik ben gewend zelf aan de gang te gaan met een techniek, die ik geleerd heb van een vakman of -vrouw. Hier worden dingen uitbesteed aan vakmensen.
Er is vast nog veel meer dat ik niet weet, niet begrijp, moeilijk kan invoelen of tegenop zal lopen.

De dagelijkse gang van zaken in mijn appartement/atelier

Ondertussen oefen ik dagelijks het kalligrafische ‘lopende schrift’. Vooral dik en dun, het is moeilijk om subtiliteit aan te brengen.
Ik heb een soort mobiel gemaakt van bamboetwijgjes en aan de lamp gehangen. Zo heb ik een ruimtelijk object voor mijn neus, dat ik als inspiratiebron gebruik voor nieuwe tekeningen en papiersnedes.
Tot mijn plezier kreeg ik een stapel boeken te leen, waaronder het boek van Dai Sije (1954), “Balzac en het Chinese naaistertje”. Ik ben bijzonder onder de indruk van dit deels autobiografische verhaal van twee bevriende tienerjongens – zonen van artsen – die tussen 1971 en 1974 tijdens de culturele revolutie naar het platteland worden gestuurd. Een kist met boeken van grote schrijvers uit het westen, waaronder Balzac, opende voor hen poorten naar de verbeelding en naar de vrijheid van denken. De schrijver is in 1984 uitgeweken naar Frankrijk. Het boek is verfilmd en in vele talen vertaald.

Wordt vervolgd