Op weg naar de expositie en het afscheid Leeg en vol in Xiamen, waar heden en verleden elkaar ontmoeten

Op weg naar de kalligrafieles

Op weg naar Haitao, de kalligrafiedocent koop ik in een van die geweldige huishoudwinkels een grote, stevige rode emmer. Het is een soort winkel van Sinkel, waar spijkers en schroeven per stuk verkocht worden, maar ook kookpotten van keramiek, Chinese kaarsen, schattige kinderwandjes en halve mouwen die vrouwen en kindertjes soms om hun onderarm schuiven, om hun goede kleren niet vies te laten worden. Ik heb een emmer nodig om de nog ongebruikte klei goed in te bewaren. De kunstenaar, die na mij in dit appartement komt, heeft dan mooie zachte klei ter beschikking.

Leegte als component van het totaal

Aangekomen bij Haitao laat ik de kalligrafietekens zien, waarop ik geoefend heb. En zo waar, ze herkent er een paar, die vervolgens natuurlijk nog wel aangepast en verbeterd moeten worden.
Daarna schrijft ze een aantal woorden voor me op, die ik wil gaan gebruiken: leeg, vol, chaos, orde, licht, donker en niet te vergeten: geluk en gefeliciteerd.
Bij het vertalen komen er altijd weer onverwachte verhalen tevoorschijn. Zoals nu bijvoorbeeld bij het woord ‘leegte’. Haitoa vertelt – aan de hand van een voorbeeld van een schildering – dat een lege witte plek door oudere schilders als heel positief wordt gezien en dat de blanco, onbeschilderde plek door hen bovendien als een essentieel onderdeel van de schildering wordt beschouwd. Dat spreekt mij erg aan.

Op weg naar ‘huis’

Na afloop van de les wandel ik naar de grote tempel. Daar heb ik winkels gezien, die onder andere mooie gebedsarmbanden en -kettingen verkopen van amber. Wanneer ik daar iets koop, weet ik zeker dat het geen nep is. Ik wil graag een mooie ketting of oorbellen voor Haitao kopen, maar als ik naar de prijzen kijk. valt dat tegen en schrik ik er behoorlijk van.


Vanaf de tempel steek ik de straat over en kom dan op het uitgestrekte terrein van de oude universiteit van Xiamen. Een prachtig terrein met oude bomen, grote vijvers tussen echte bergen en grote, maar op menselijke maat gebouwde gebouwen voor het onderwijs, de mensa en de woongebouwen voor personeel en studenten. Het is er gezellig en levendig op straat. Veel studenten en docenten, maar ook veel dagjesmensen.
Nu pas begrijp ik de lange rijen, die vaak voor de grote ingangen staan. Iedereen die naar binnen wil, moet eerst een ID-kaart laten zien. Ben je eenmaal door de controle heen, dan kun je de hele dag genieten van de natuur en het mooi aangelegde gebied.
Hier worden – hoewel er ook nieuwbouw (in aanbouw) is – oudere gebouwen in traditionele Chinese stijl in stand gehouden en gewaardeerd. Het terrein is heel parkachtig aangelegd en zo groot dat ik verdwaal en – zo blijkt later- terecht kom op de berg waar de Fulong tunnel (zie een van de eerdere blogs) onderdoor loopt.
Uiteindelijk kom ik toch weer op bekend terrein terecht en loop richting uitgang, wat tegelijkertijd richting strand en zee is. Een grote moderne hangbrug verbindt het universiteitsgebied met het strand Bai Cang aan de overkant. Zo ben ik uiteindelijk toch weer vlak bij mijn appartement uitgekomen.

Bai Cang, waar heden en verleden samenkomen

Bai Cang heeft voor mij een nieuwe betekenis gekregen toen ik onlangs het boek ‘Retour Amoy. Anny Tan, een vrouwenleven in Indonesië, Nederland en China’ van Leonard Blussé las. Amoy is de oude naam van Xiamen.
Anny Tan is hier vanuit Indonesië met man en kinderen in de jaren ’50 naar toe verhuisd. Na de Japanse bezetting en de vijandelijkheden ten aanzien van Chinezen in het nieuwe Indonesië is zij’ teruggekeerd’ naar China, 100 jaar na de emigratie van haar grootouders.
Het boek is een indrukwekkend levensverhaal van een gewone, maar bijzondere Chinese vrouw in een uiterst woelig historisch tijdperk. Zowel mijn vader als mijn moeder hebben destijds lang in Indonesië gewoond en ik rijd nu dagelijks met de bus langs waar het huis van Anny Tan stond. Dit alles samen, voegt voor mij toch een extra dimensie toe aan dit fantastische boek.

Wordt vervolgd