De treinreis. Over controle, individu en massa Met de trein naar Fuzhou voor een ontmoeting met de 'lampionnenman'

Op weg naar het station

Om 8 uur ’s morgens ging ik met een taxi naar de halte van de snelbus om met May – de Chinese directeur van CEAC – op stap te gaan. De stampvolle snelbus rijdt over in de hoogte gebouwde busbanen over al het overige -nu al vaak stilstaande -verkeer heen. Het duurt ruim 40 minuten voor we arriveren bij het spiksplinternieuwe station Xiamen-Noord op het vasteland. Overal kolossale nieuwe woonwijken, overal nieuwe koopcentra en scholen.

Het station en de controle

De nieuwe treinstations die ook overal gebouwd worden, zijn immens groot. Ter vergelijking, zo’n station is groter dan het station van Rotterdam en Arnhem tezamen, met prachtige architectuur en buitengewoon efficiĆ«nt qua logistiek. Daarbij is het wel een voorwaarde dat je de opeenvolging van handelingen begrijpt. Dat is nog niet zo eenvoudig, althans niet voor mij.
Om een kaartje te kopen, moet je op een niet direct zichtbare plek zijn. De controle die daarna gebeurt, vindt elders plaats. Hier worden van alle passagiers niet alleen hun identiteitskaart en treinkaartje gecontroleerd, maar ook worden standaard lichaamscontrole en bagagecontrole uitgevoerd.

De rijen voor de twee (van 15) geopende loketten zijn eindeloos lang. Het wordt er niet beter op, wanneer een loket het gordijntje neerlaat. De mensen die bijna aan de beurt waren bij dit loket zijn boos, maar hebben geen andere keus dan naar een nieuw geopend loket te gaan. Omdat we al op zoiets voorbereid waren, waren May en ik in verschillende rijen gaan staan.
Met een geldig identiteitsbewijs kun je tegenwoordig ook via internet kaartjes bestellen wat natuurlijk veel prettiger, handiger en sneller is, maar mijn afwijkende paspoort wordt niet geaccepteerd door het systeem, dus we moesten wel in de rij gaan staan.

Tegenwoordig worden van iedere treinreis alle nummers van identiteitskaarten opgeslagen, vertelt May. Volgens haar is dit om hamsteren en doorverkopen op de zwarte markt, tegen te gaan.
De vierdubbele controle en de immense gangen en grote ruimten geven mij een heel nietig gevoel. De menselijke maat is verdwenen en komt pas weer terug bij de achteruitgang van het station als we opgenomen worden in de drukte van de stad en terechtkomen in kleine straatjes vol licht en geluid.

De treinreis en het landschap

De trein en de treinreis zijn een beleving op zich. De trein met zijn aerodynamische neus versnelt in een mum van tijd van 0 naar 200 km per uur. De treinreis naar de hoofdstad van Fujian, Fuzhou (foedzo) duurt even zo goed nog 2 uur.
Ik vind het wel leuk om zo ook iets van de provincie te zien. Veel bebouwde omgeving, veel huizen die telkens een stukje verder worden opgebouwd en afgemaakt, grote steengroeven met grote blokken steen naast de groeven en de fabrieken. Wat landbouw, wat kleine rijstveldjes met witte eenden en in de verte begroeide bergen.
Af en toe passeren we een tunnel.

Terug naar het individu

treinreis naar oude centrum Fuzhou
In Fuzhou aangekomen nemen we een taxi. De weg naar het oude centrum begint op een zesbaansweg die overgaat in een vierbaansweg en eindigt in een straat met hoge kantoorflats en een overdekte grote markt. Na 30 minuten arriveren we. We eten in een eethuisje eerst de plaatselijke specialiteit: visballen in bouillon, met daarbij noedels en wat groenten en vlees.
In het oude centrum van Fuzhou zien we prachtige houten gebouwen, met hardsteen geplaveide traditionele straten en en een ontmoetingsplek waar jong en oud rondhangt. Het flatgebouw waar Mijnheer Zheng woont grenst aan een riviertje en heeft een houten overdekte galerij.

Wordt vervolgd